(0)

Sculpturen

'over gebroken- en heelheid’

 

Veel mensen zullen herkennen dat ze ergens in het leven een periode of situatie meemaken waardoor ze ‘gebroken’ raken. Gebrokenheid ervaren. Voor korte of langere tijd heb je het gevoel dat je ‘in scherven ligt’. En, hoe doe je dat dan? Hoe blijf je deelnemen aan het leven wat voor jou dan allesbehalve ‘normaal’ is? Hoe ben je met jouw scherven? Wat vind je ervan? En wat doe je ermee? Wanneer kwalificeer je iets als gebroken? En wanneer, als heel?

Toen ik eind 2025 in het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden bezocht, bleek daar een tentoonstelling te zijn van Bauke de Vries. Een voor mij, tot dan toe, onbekende kunstenaar. De titel van zijn tentoonstelling was ‘Unbroken’. Vervolgens werden mij zaal na zaal, overwegend beelden en sculpturen voorgeschoteld die -op z’n zachtst gezegd- nogal gebroken waren. Scherven voerden de boventoon. Soms hele bergen. Waanzinnig!! Maar uhhhuhh, hoezo ‘unbroken’?
Ik merkte dat het voelde alsof ik in een spiegel keek. Een vreemde gewaarwording. En het voelde niet beroerd. Integendeel, het fascineerde en inspireerde me eindeloos. Ik vond het fantastisch, ontroerend, interessant, confronterend en onvoorstelbaar mooi! Mijn fascinatie zat in alles, maar met name dat deze nieuwe beelden -die waren opgetrokken uit scherven en gebroken delen van oorspronkelijke beelden- er zoveel interessanter, meer gelaagd en mooier op waren geworden. Ik ervaarde ze als meer ‘heel’ dan de oorspronkelijke objecten. Hoe kan dit? Wat is dit? Hoe werkt dit?

Natuurlijk is zoiets als ‘mooi, mooier, mooist’ nogal subjectief, maar dit gebeurde er dus met mij 😉. Eenmaal thuisgekomen en gewapend met het boek van de tentoonstelling bleven de beelden, en het principe van ongebroken vs. gebroken, mij fascineren. Want, hoe vaak heb ik me in de afgelopen jaren niet afgevraagd hoe ik -mét scherven en al- mijn weg weer zou kunnen vinden? Het leven in? Hoe ga ik weer staan? En wat is dat dan? Dus, aan de slag. En met een voorliefde voor porselein en keramiek was dat geen straf. Ik struinde marktplaats, veilingsites en kringloopwinkels af naar stukken die ik kon gebruiken. Gehavend? Geen probleem! Graag zelfs. Alleen al dát: ‘Gehavend? Geen probleem. Graag zelfs’, bleek een prachtig besef om bij stil te staan. En om dat ook naar binnen toe te leren voelen. Daar zit voor mij de crux.

Zo gebeurde het dat ik op onderzoek ging met veelal gehavende beelden, kapotte kopjes, bordjes en gebarstte vazen. Maar er kwamen ook ongebroken stukken én een hamer. En, weet je, een scherf heeft vervolgens ‘gewoon’ de vorm die het heeft. Eureka! Dus, met die vorm moet ik het doen. Of hooguit breek ik het soms nog wat verder om tóch een andere, betere (?) vorm te bereiken. Maar ik kan je vertellen, dat is niet persé succesvol. Dus, wat wil ik uitdrukken? Wat zeggen deze stukken mij? Wat zie ik ontstaan? Wat heb ik nodig? Welke scherf wil ik op welke plek hebben? Lukt dat? Is het überhaupt van belang dat ‘ie precies dáár komt? Regelmatig leidt het tot gegrinnik om wat ik mezelf zie doen. Maar ook flinke irritatie komt voorbij en alles ertussenin. En terwijl ik zo aan het werk ben komen er als vanzelf allerlei namen voor het beeld in me op. Waarna er bij de afronding uiteindelijk één blijft plakken. 

Hét sleutelwoord in het maakproces kwam al bij het eerste beeld onverbiddelijk boven drijven: geduld, geduld en nog eens geduld. Eindeloos kan ik een scherf met een vinger op z’n plek houden, tot deze vast genoeg zit om niet meer voor de zoveelste keer naar beneden te kukelen. Soms wil ik namelijk precies dáár die scherf plaatsen en heeft de zwaartekracht hier andere ideeën over. Oordelen en ergernis dringen zich op over hoe suf het is om zo te zitten. Dat ik feitelijk ‘niks’ zit te doen. Zit te lummelen. Niet vooruit kom. En de parallel die ik ervaar over hoe ik met mezelf omga daar waar het mijn persoonlijke scherven betreft. En natuurlijk, gaandeweg verzin ik ook manieren om niet eindeloos een scherf handmatig op z’n plek te houden. Zo ben ik dan ook wel weer. Plakband, aluminiumfolie en steun van andere scherven brengen me een heel eind. Hé, die is ook interessant! De steun van andere scherven.

Al vrij snel voelde ik dat er een nieuw hoofdstuk van ‘geen sprookje’ onder mijn handen ontstond. Deze keer in een andere taal, een nieuw project werd geboren. In een fysieke beeldtaal. En er kwam een originele lakzegel van ‘geen sprookje’ om elk beeld hiermee een finale ‘handtekening’ te geven. Want als ik iets aanpak, dan pak ik het graag ‘goed’ aan! En hopsakee. Weer zo één. Zo stuit ik op allerlei waarnemingen en ontstaat er een interne dialoog die me over bekende en minder bekende paadjes van mijn persoonlijke wereld leidt. 

Wat mij bij dit project erg van pas komt is dat ik nogal veel dingen interessant vind: een diversiteit aan materialen, technieken, kunst, cultuur, religie, verhalen en compositie. Zo werk ik bv. ook met vilt, verdiep me in (half)edelstenen, bestudeer een ‘bronboek’ of maak een collage van beeldmateriaal. Ik merk dat deze diversiteit aan interesses voor mij samenvalt in dit nieuwe project. Zo is bijvoorbeeld het -meer dan manshoge- liggende beeld van Guan Yin al vele jaren één van mijn favoriete objecten uit het Rijksmuseum in Amsterdam. Een foto van het beeld staat in mijn dichtbundel ‘geen sprookje’. Het verhaal van Guan Yin en haar (zijn..) betekenis spreken me aan: ‘Zij die de schreeuw van de wereld hoort’. Hoe waanzinnig dat kunstenaar Bauke de Vries een serie heeft gemaakt waarin hij júist Guan Yin als beginpunt heeft gebruikt. Dat was de druppel die de liefde deed overlopen. Ik heb dankbaar gebruik gemaakt van dat idee.

Als laatste is het nog leuk om te noemen dat ik bij sommige beelden Kintsugi heb toegepast. Dit is een Japanse techniek waarbij breuken in objecten worden hersteld en gemarkeerd met goud (verf of poeder i.c.m. lak). Dit komt voort vanuit de filosofie dat schoonheid en uniciteit is te vinden in datgene wat gebroken is en dat dit met trots mag worden gedragen.